Kristal: Ik kan bochten maken waar ik wil. Ik kan recht naar beneden skien op een licht hellende piste. Ik kan een piste schuin oversteken. Ik kan zijwaarts op een piste omhoog en omlaag lopen.
Bronzen Kristal: Ik begin parallel te skien. Ik kan schuin een piste met snelheid oversteken. Ik kan van richting veranderen door zijwaarts te stappen. Ik kan recht naar beneden op een hellende piste.
Zilveren Kristal: Ik ski parallel en kan grote bochten maken. Ik bewaar mijn evenwicht op een onregelmatige piste. Ik kan schaatsbewegingern maken op een vlakke piste.
Vermiljoenen Kristal: Ik ski parallel en kan van ritme veranderen. Ik kan parallel stoppen waar en wanneer ik wil. Ik kan met hoge snelheid recht naar beneden skien(schuss).
Gouden Kristal: Ik ski soepel door een slalomparcour. Ik kan korte bochten maken. Ik leer om technisch correcte bochten te maken in verschillende sneeuwcondities.
Diamanten Kristal: Ik kan aaneengesloten parallel bochten maken op alle terrein. Ik kan korte gesneden bochten maken (carven). Ik rond mijn bochten goed af.